De eetzaal waar eens de paters Augustijnen hun maaltijden nuttigden, is door de broers Jip, Yelle en Jesse Goyvaerts omgetoverd in een bijzonder en sfeervol restaurant. Je ervaart en ziet de geschiedenis, ook in de omgeving en dat maakt het dineren tot een speciale gebeurtenis. Fraaie smaakvolle amuses zoals een rolletje pastinaak gevuld met paprikaschuim gaan vooraf aan de met zorg opgemaakte vaak kleurrijke gerechtjes. Daarin voert de klassieke Franse keuken de boventoon gelardeerd met verrassende accenten en smakelijke sauzen. Coquille is licht glazig gegaard, doormidden gesneden en geserveerd op een romige couscous van bloemkool, met daarop cress, toast van zuurdesem, crème van aardpeer en drie dunne schijfjes truffel. Beurre noisette met truffel en gebrande hazelnoten brengen alles goed samen en geven aan het geheel een fijne smaaklift. Een professioneel serviceteam staat voor een fijn diner.